HOME
OVER MIKIPEDIA
LANDEN
FOTO’S
VIDEO’S
KUNST
LITERATUUR
BLOG

COLOFONhome.htmlover_mikipedia.htmllanden.htmlfotos_%281%29.htmlvideos.htmlkunst.htmlliteratuur.htmlBlog/Blog.htmlColofon.htmlshapeimage_4_link_0shapeimage_4_link_1shapeimage_4_link_2shapeimage_4_link_3shapeimage_4_link_4shapeimage_4_link_5shapeimage_4_link_6shapeimage_4_link_7shapeimage_4_link_8

Zoals vrijwel alles in Turkije is ook Van stokoud. In de negende eeuw v. Chr. heette de plaats Tushpa en was de hoofdstad van het geheimzinnige koninkrijk Urartu. Hiervan getuigen nog de overblijfselen van de citadel even buiten de stad; zij is op een strategische rots gebouwd die de skyline van Van domineert.


Hoewel de Urarteërs eeuwenlang oorlog voerden met de Assyriërs in het zuiden, waren het uiteindelijk Meden en Scythen die hen in 585 v. Chr. ten val brachten. De Armeniërs vulden de vrijgevallen ruimte op (van hen is de naam Van afkomstig), waarmee hun aanwezigheid in dit gebied begon en tot de genocide in 1915 zou duren. Van is nu voornamelijk Koerdisch, maar er zijn veel overblijfselen van de eerdere bewoners (Urarteërs, Armeniërs, Perzen en Romeinen) te vinden. De twee belangrijkste bezienswaardigheden in de stad zijn de citadel en het Van Museum.

Het is een bescheiden klim naar de top van de citadel, vanwaar je een goed uitzicht hebt op de schamele resten van het oude Van, dat in de Eerste Wereldoorlog volledig werd weggevaagd (het moderne Van is een paar kilometer verderop gebouwd). Aan de zuidoostkant van de rots is op twintig meter hoogte in spijkerschrift een perfect bewaarde inscriptie van de beroemde Perzische koning Xerxes (485-465 v. Chr.) te bewonderen, waarin hij zijn eigen grootheid, die van zijn vader Darius en van de god Ahura Mazda bezingt.

Wie na de citadel meer wil weten over de Urarteërs, kan naar het Van Museum. Daar zijn o.a. goudvondsten, kleitabletten, terracotta beeldjes en helmen te zien.



Van ligt aan het Vanmeer, het grootste meer van Turkije. 55 kilometer ten westen van Van staat op het eiland Akhtamar de Kerk van het Heilig Kruis, het mooiste voorbeeld van Armeense architectuur in Turkije (en misschien zelfs überhaupt). Na decennia verwaarloosd te zijn werd de kerk in 2005 ingrijpend gerestaureerd en twee jaar later geopend als museum (het kruis op de koepel werd overigens pas na een hoop gedoe in 2010 geplaatst). De Turkse overheid staat toe dat er eenmaal per jaar een dienst wordt gehouden, evenals in het Sümelaklooster - op 19 september 2010 vond dit voor het eerst sinds een kleine eeuw (d.w.z. sinds de Armeense genocide) plaats.

Achtergrond: in de Middeleeuwen bestond Armenië uit verschillende vorstendommen waarvan Ani het belangrijkste was. Het koninkrijk Vaspurakan lag zuidelijker rond het Vanmeer en werd bestuurd door de Artsruni-dynastie. Het kende geen hoofdstad; de vorsten trokken van plaats naar plaats. Koning Gagik gaf opdracht tot bouw van de kathedraal op het eiland Akhtamar, die tussen 915 en 921 werd opgetrokken.

Wat de kerk volstrekt uniek maakt, zijn de reliëfs aan de buitenkant. Ze stellen verschillende bijbelse verhalen en personen voor. Sommige zijn makkelijk te herkennen (Daniël in de leeuwenkuil), andere zijn minder eenduidig en laten ruimte voor interpretatie. Klik op de afbeeldingen voor een overzicht per façade.

 

Wie vanaf Akhtamar een blik werpt op het vasteland, ziet een tekst in een berg gekerfd staan: Ne mutlu Türküm diyene (Gelukkig is degene die zegt: “Ik ben een Turk!”). Op meerdere plekken in Turkije kom je deze woorden tegen, die Atatürk in het leven riep. Leerlingen op de lagere school beginnen de les iedere ochtend met het opzeggen ervan, nadat ze het volkslied hebben gezongen.

Brainwashing of onschuldig chauvinisme? Trek je eigen conclusie. Feit is wel dat de tekst vlakbij een belangrijk Armeens

monument staat...  

Volgens een Armeense legende is de naam afkomstig van prinses Tamar, die op het eiland woonde. Zij was verliefd op een burgerjongen, die iedere nacht stiekem naar haar toe zwom. Zij liet een kaars branden zodat hij wist waarheen hij moest zwemmen. Tot Tamars vader achter de geheime liefde kwam; hij smeet haar kaars kapot, en de jongen verdronk. Toen zijn lichaam aanspoelde, was op zijn bevroren lippen nog zijn laatste uitroep te lezen: “Ach, Tamar!”